|
|
 |
|
|
 |
|
|
Dieverbrug ligt aan weerszijde van de Drentse Hoofdvaart en was daardoor tot de gemeentelijke herindeling deels
in de gemeenten Dwingelo en Diever gelegen. Al in de zeventiende eeuw lag op deze plek de zogenoemde Leggeler
Brug over het beekje de Lake, dat ontsprong in de Smildervenen en uitmondde in de Dwingeler Stroom ten hoogte
van het Koningsschut. Ten behoeve van de turfvaart werd de Lake stapsgewijs gekanaliseerd om rond 1750 geheel
op te gaan in de Drentse Hoofdvaart. Tegen de brug was aan de westzijde een sluis gelegen die in 1879 300 meter
verder stroomafwaarts kwam te liggen.
Als onderdeel van de marke Leggelo werd Dieverbrug – het gedeelte ten
zuiden van de Hoofdvaart – in 1812 ondergebracht bij de gemeente Dwingelo.
Het buurschap ontstond bij de brug en sluis als een handelsnederzetting en kreeg in 1840 een halte voor de
postkoets en een logement voor reizigers. Ook de snikke (trekschuit) op het traject Assen-Meppel had er zijn
pleisterplaats. Na 1850 breidde Dieverbrug zich uit met middenstand. Van 1855 tot en met 1924 stond in het
buurschap de ambtswoning van de burgemeester van Dwingelo.
|
|
|
|
Een leuke anekdote uit de plaats gaat als volgt: rond 1900 had Dieverbrug aan weerszijde van de vaart twee
logementen. De toenmalige eigenaren hielden van een borrel. Soms gebeurde het dat de ene logementhouder met
een stuiver naar zijn collega aan de overkant ging om een borrel te kopen. Na die gedronken te hebben keerde
hij terug naar zijn eigen logement. Enige tijd later kwam zijn collega met dezelfde stuiver over de brug om
een borrel te kopen en te drinken, om daarna weer naar zijn eigen pand terug te gaan. |
 |
|
|
De geschiedenis herhaalde zich op een dergelijke dag; de stuiver ging over
de Vaart heen en weer en de beide mannen werden dronken ten bedrage van een stuiver.
Oude benamingen zijn: Dieverschebrug (1812), Dieverderbrug (1867). |
|
 |
|
|
|