Wethouder Martens onthult informatiepaneel over Batinge en Entinge   Terug naar home

Aan het begin van de Batinger Allee is op woensdag 14 december door wethouder Martens een toeristisch informatiepaneel onthuld over de geschiedenis van de havezaten Batinge en Entinge bij Dwingeloo. 

     
V.l.n.r.: Bart Popken, voorzitter van Stichting Dwingels Eigen, wethouder Martens, mw. D. en dhr. G. Snijders, Harm Nieuwenhout en Geesje van Dalen. 

Het paneel is ontwikkeld door Stichting Dwingels Eigen samen met de Gemeente Westerveld en komt voort uit het project ‘Duurzame ontwikkeling landschap omgeving Dwingeloo’. Beide landhuizen staan er niet meer, maar het historische landschap uit de 17e eeuw rondom de omgrachte huisplaatsen is nog goed te herkennen. De oprijlanen worden door fietsende toeristen veelvuldig bezocht. Het toeristisch informatie- paneel geeft de geschiedenis weer van de verdwenen havezaten Batinge en Entinge. 

Beide landgoederen worden voor het eerst vermeld in 1353 als bezit van de familie Van Ansen, die werd opgevolgd door de familie De Vos van Steenwijk. Anna de Vos van Steenwijk tot Batinge huwde omstreeks 1500 met Georg Schenk van Toutenburg, stadhouder van Friesland, Overijssel, Drenthe en Groningen. Hun zoon Frederik, aartsbisschop van Utrecht, was tot zijn dood in 1580 eigenaar. In de 17e eeuw werd Batinge door de drosten Rutger van den Boetzelaer en Elbert Anthonie van Pallandt verbouwd tot de grootste havezate van Drenthe, die op vele prenten en tekeningen is afgebeeld. Enkele hiervan zijn op het informatie- paneel te zien. Batinge werd in 1832 afgebroken door de toenmalige eigenaar; Aalt Willem van Holthe tot den Oldengaerde. 

De geschiedenis van Entinge loopt gedeeltelijk met Batinge synchroon. De havezate kwam via de familie De Vos van Steenwijk aan Borchard van Westerholt. Diens nazaten verkochten het in 1641 aan buurman Rutger van den Boetzelaer tot Batinge. Honderd jaar later werd het huis afgebroken. Entinge behoorde tot de kleinere havezaten in Drenthe.

  Terug naar home